3 december 2015

Pleidooi

Veel mensen denken bij het woord pleidooi aan rechtspraak. Een advocaat ‘bepleit’ immers de zaak van zijn cliënt. En dat ‘bepleiten’ geschiedt toch mondeling? Nou, niet helemaal. In het strafrecht is pleiten nog wel de hoofdregel, maar in het civiele recht (dat geldt tussen burgers onderling en bedrijven) is een pleidooi eerder een uitzondering.

 

Recht op pleidooi?

Een pleidooi is een gelegenheid om mondeling de standpunten in een procedure toe te lichten. Of dit in uw zaak wordt gehouden, is echter afhankelijk van de vraag of partijen gelegenheid hebben gehad hun zaak mondeling toe te lichten. Zoals u elders op digitaalprocederen.nl kunt lezen, begint een procedure met een dagvaarding. Daarin zet de eiser uiteen wat hij eist en waarom. De gedaagde partij reageert daarop met een conclusie van antwoord. Vervolgens wordt in de meeste zaken een comparitie van partijen gehouden. Dat is een mondelinge zitting bij de rechtbank. Tijdens die mondelinge zitting krijgen partijen de gelegenheid om hun zaak mondeling toe te lichten. Als er dus zo’n comparitie van partijen is geweest, dan geldt meestal dat de rechter vindt dat partijen genoeg gelegenheid hebben gehad om hun standpunten mondeling toe te lichten, waardoor er geen pleidooi zal worden toegestaan.

Het kan echter ook zo zijn dat er geen comparitie van partijen is geweest. Dit omdat de rechter behoefte had aan een nadere schriftelijke ronde. In dat geval zijn er conclusies van repliek en dupliek genomen. De procedure is dan dus alleen schriftelijk gevoerd. Partijen hebben dan dus geen gelegenheid gehad om hun standpunten mondeling toe te lichten, waardoor er in deze situatie in principe wel recht op pleidooi bestaat.

 

Het pleidooi

Als er recht op pleidooi bestaat, zal er een dag en tijdstip worden bepaald waarop het pleidooi zal plaatsvinden. In de regel krijgen zowel de eiser als de gedaagde dan de gelegenheid om hun zaak maximaal dertig minuten te bepleiten. Als iemand meer tijd nodig heeft, dan kan dit vooraf worden aangevraagd. De eisende partij mag beginnen met het pleidooi. Gelukkig hoeft het pleidooi niet uit het hoofd geleerd te worden! Het is namelijk goed gebruik dat een pleidooi van a tot z uitgeschreven wordt. Dit wordt de ‘pleitnota’ of ‘pleitaantekeningen’ genoemd. Men dient er voor te zorgen dat er voldoende kopieën worden meegenomen, zodat iedereen een kopie kan krijgen. Dus zowel de tegenpartij (reken op twee of drie kopiëen) als de rechter en de griffier. Het grote voordeel van een schriftelijk stuk is dat dit onderdeel uitmaakt van het procesdossier en dat het dus achteraf exact duidelijk is wat er precies is bepleit. Het scheelt overigens ook werk voor de griffier, omdat die niet als een bezetene hoeft mee te pennen met wat er gezegd wordt.

Als de kopieën aan iedereen zijn uitgedeeld, kan het pleidooi beginnen. In feite is dit dus gewoon het oplezen van de pleitaantekeningen. Maak het wel levendig! Een rechter zal namelijk veelal niet meelezen, maar kijken naar degene die pleit. Is dit overtuigend? Gelooft men zelf wat men bepleit? Allemaal relevante vragen voor een rechter. Het is dus van belang om het pleidooi goed voor te bereiden, zodat het los van papier en overtuigend gebracht kan worden.

Nadat de eisende partij is geweest, is de gedaagde aan de beurt. Voor de gedaagde geldt uiteraard precies hetzelfde als voor de eiser.

Nadat de gedaagde het pleidooi heeft gehouden, kan het zijn dan de rechter nog bepaalde vragen heeft aan partijen. Die vragen kunnen uiteraard beantwoordt worden. Als de rechter geen vragen meer heeft, is het tijd voor de repliek en dupliek.

 

Repliek en dupliek bij pleidooi

De repliek en dupliek zijn het spannendste gedeelte. Men kan zich er namelijk maar moeilijk op voorbereiden. In de repliek gaat de eiser in op wat de gedaagde bij pleidooi naar voren heeft gebracht. Het is dus zaak om tijdens het pleidooi goede aantekeningen te maken en alvast te bedenken hoe daar tijdens de repliek op gereageerd moet worden. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de gedaagde partij. Die kan natuurlijk tijdens zijn pleidooi al reageren op wat de eiser heeft bepleit, maar dit kan lastig zijn omdat de gedaagde natuurlijk zijn schriftelijke pleitnota wil volgen. Desalniettemin zou de gedaagde dit toch moeten proberen, waarbij hij dan duidelijk aangeeft dat er gereageerd wordt op wat de eiser heeft gezegd en dat het (dus) een aanvulling is op schriftelijke pleitnota. Het is van belang om dit te melden, zodat de griffier weet dat hij dat stuk wel moet meeschrijven.

Hoe dan ook, uiteindelijk heeft de gedaagde het laatste woord met de dupliek. Ingegaan kan worden op wat de eiser in zijn repliek heeft gemeld. Tevens kan de dupliek gebruikt worden als ‘uitsmijter’, omdat het de laatste woorden zijn die de rechter hoort.

Na de dupliek is het pleidooi ten einde en zal de rechter mededelen wanneer er vonnis gewezen zal worden.

 

Pleidooi en digitaal procederen

Zodra digitaal procederen zal zijn ingevoerd, verdwijnt het pleidooi uit de juridische procedure. De reden hiervan is simpel. Met invoering van digitaal procederen wordt de ‘uniforme basisprocedure’ ingevoerd. Zeg maar de standaardprocedure. Het uitgangspunt van die standaardprocedure is de mondelinge behandeling (de comparitie van partijen). De regel is dat er altijd (en zo snel mogelijk) een mondelinge behandeling komt. Op die manier hebben partijen dus voldoende gelegenheid om hun standpunten mondeling toe te lichten en is er geen behoefte meer aan (een extra vertraging van de procedure door) pleidooi. Voor meer achtergronden over digitaal procederen leest u hier verder. Voor een uitleg over digitaal procederen werkt, klikt u hier.

 

Als u vragen heeft over het pleidooi of digitaalprocederen.nl, neemt u dan gerust contact met ons op!

 

Klik hier om terug te gaan naar onze homepage, die u snel en efficiënt naar alle informatie op digitaalprocederen.nl navigeert!