Vonnis rechter: “kind, jij en ik hebben elkaar gesproken”

Een wel heel bijzonder vonnis, dat van mr. Veen, kinderrechter in de rechtbank Noord Nederland.  Ontroerend zelfs. De vraag waar kinderen na de echtscheiding van hun ouders gaan wonen is een lastige. Maar als ouders in het belang van hun kind(eren) denken en elkaar met respect behandelen, dan valt er vaak nog wel een mouw aan te passen. Is dat niet het geval, dan komt het helaas maar al te vaak voor dat ouders denken dat de rechter de oplossing kan bieden. Dat is echter maar zelden het geval. Natuurlijk, uiteindelijk zal er heus een beslissing worden gegeven waar de ouders het dan maar mee moeten doen, maar een oplossing? Nee, een oplossing is dat niet. Want na die ene procedure komt weer een andere procedure, gevolgd door een hoger beroep en tussendoor nog even een kort geding.

 

Ik kan mij voorstellen dat ook rechters hier soms hopeloos van worden. Kinderrechter Veen zal dit ook zijn geweest toen zij haar vonnis van 31 augustus 2018 schreef. Want in plaats van zich in het zoveelste vonnis tussen de ouders tot die ouders te richten, gooide zij het over een andere boeg. Ze schreef het vonnis als een brief aan het kind waar het om ging. Hieronder de tekst van het vonnis c.q. de brief:

 

(kind A), jij en ik hebben elkaar gesproken. Aan mij heb je toen uitgelegd dat je bij vader wilt gaan wonen omdat je het gevoel hebt dat je iets mist. Wat je mist, dat weet je niet, maar je denkt dat het zou helpen om bij je vader te gaan wonen.

Je vrienden zitten bij je op school in Assen en op die school heb je het ook naar de zin. Met je moeder en je broertje ga je in Groningen naar de kerk. Zelf ga je ook naar de kring van de kerk en daar heb je veel steun aan. Daar wil je naar toe blijven gaan en daarom heb je al bedacht hoe je dat vanuit (woonplaats vader) zou kunnen doen. Je gaat al een tijdje naar een kindercoach waar je een goed contact mee hebt. Die kindercoach zit in Assen. Je hebt zelf in je brief aan je ouders al gemeld dat je (kind B) zoveel mogelijk wilt blijven zien. Je snapt ook heel goed dat het voor (kind B) ook een hele verandering wordt als jij bij je vader gaat wonen.

Je hebt ook uitgelegd dat je ouders volgens jou al acht jaar niet meer met elkaar praten en dat ze het nergens over eens kunnen worden. Het is nu bijvoorbeeld wel duidelijk op welke dag en hoe laat je vader je op komt halen, maar nu is er iedere keer gedoe over bij wie je dan eet. Dat regelen je ouders niet onderling, maar ze willen wel allebei dat je met hun eet. Dat los je nu op door op die avonden twee keer te eten. Ook verder denk jij al vooruit. Je vader is in (woonplaats vader) gaan wonen. Die afstand maakt het extra ingewikkeld. Je voorziet nu al een probleem doordat (woonplaats vader) in een andere vakantieregio ligt dan Assen. Je vader heeft een stiefdochter die naar school gaat en binnenkort gaat dat wringen met jullie vakanties. Dat probleem wordt alleen maar groter als jij en (kind B) in verschillende vakantieregio’s zouden wonen. Dat heb je zelf niet gezegd, maar ik heb de indruk dat je dat ook zelf wel ziet.

Je vader heeft dit verzoek ingediend. Hij heeft dat met je besproken en jij hebt toen gezegd dat het wel mocht.

Als je ouders mij vertellen wat er moet gebeuren en waarom, dan gaat het over de vraag wat jij ècht wil en waarom je dat wilt. Daar focussen ze allebei op. Ik heb ze ter zitting uitgelegd dat ze daarmee de kern missen. Wat jij wilt en waarom je dat wilt is belangrijk. Dat moeten je ouders zeker meewegen. Maar daarna moeten ze zelf hun verantwoordelijkheid nemen. Dan moeten zij als ouders zich buigen over de vraag of wat jij wilt nu wel zo’n goed idee is. Daarna moeten zij, alles meewegende, een beslissing nemen.

Dat zijn je ouders duidelijk niet gewend en jij verwacht het al niet meer van je ouders.

Dat begrijp ik van jouw kant wel. Ouders, in de zin van twee volwassenen die samen optreden in jouw belang, die heb jij al een hele tijd niet. Je hebt een vader en een moeder, die het nergens over eens lijken te worden, over alles conflicten weten te krijgen en jij zit daar tussenin. Jij probeert problemen te voorkomen, conflicten te sussen en bij dat alles vooral niemand het gevoel te geven dat je partij kiest. Daarbij kom je aan je eigen belangen en eigen ontwikkeling pas als laatste toe en als het nodig is maak je dat ondergeschikt.

(kind A), jij en je broertje zijn niet verantwoordelijk voor de problemen tussen je ouders. Jullie hebben er geen schuld aan en jullie zouden er geen last van moeten hebben.

Over de vraag wanneer je voor hoe lang bij welke ouder bent zijn je ouders het nooit eens geweest. Dat voelen jij en je broertje en jullie hebben al heel lang het gevoel dat voor jullie niet duidelijk is hoe het nou moet. De rechtbank heeft geprobeerd aan die situatie een einde te maken en heeft in april 2017 ook heel duidelijk opgeschreven dat er een einde moet komen aan alle gedoe. Voor jullie moet er rust in de tent komen, dit is de regeling en hou op daar onrust over te veroorzaken, zou je die beschikking kunnen samenvatten. Die boodschap is uitvoerig opgeschreven en wat de Raad te melden had is ook zonder er doekjes om te winden opgeschreven. Dat doet een rechter niet voor de lol. Dat doet een rechter in een poging om bij je ouders het kwartje te doen vallen. Dat is niet gelukt. Binnen weken na die beschikking begon het al weer overnieuw. Dat werken aan verbetering van communicatie, waar de rechtbank en de Raad op aandringen, daar blijkt weinig van.

Een verhuizing van jou naar je vader lost de problemen tussen je ouders ook niet op. Dat geeft alleen maar weer een nieuwe situatie, waarin er weer een hele reeks nieuwe onderwerpen ontstaan om het niet over eens te worden. Dat is ook niet op te lossen door alleen van je moeder te verlangen dat ze weer met je vader gaat praten. Als iets niet werkt en tot problemen leidt, dan heeft het geen zin om het steeds weer op dezelfde manier te gaan proberen. Allebei je ouders moeten dingen anders gaan doen, als dat niet gebeurt, dan wordt het niks. Allebei je ouders zullen voor mogelijk moeten houden dat ze misschien dingen niet op de juiste/handigste manier doen en dat ze dingen anders moeten doen. Dat geldt ook voor je vader. Ik heb je ouders op zitting gezien en gehoord en de manier waarop je vader over en tegen je moeder spreekt is niet productief en niet constructief. Je vader wil met je moeder overleggen, maar straalt uit dat de uitkomst van dat overleg al vast staat. Hij is ook heel behendig om dingen zo te verwoorden dat er een waardeoordeel in klinkt dat voor je moeder kwetsend is. Ik zal daar één voorbeeld van geven. Volgens je vader mis jij het leven in een gezin. Daarmee zegt hij, althans dat lijkt er erg op, dat je nu niet in een gezin woont. De tijd dat een moeder met haar kinderen niet als een volwaardig gezin werd gezien is geweest.

Jij hebt het gevoel dat je iets mist. Jij mist ook iets.

Maar ik verwacht niet dat jij door een verhuizing naar je vader gaat ontdekken wat jij mist en dat je dat daar dan ook gaat vinden, in de zin dat je probleem is opgelost.

Jij moet aan je eigen ontwikkeling gaan werken, vanuit je eigen omgeving, met de mensen waar jij je nu goed bij voelt. Je gaat in Assen naar school en hebt daar je vrienden. Je hebt de leeftijd om je langzaam losser te maken van je ouders en je eigen dingen te gaan doen, waarbij je vrienden steeds belangrijker worden. Je gaat in Groningen naar de kerk en hebt veel steun aan de mensen die je daar kent en daar ontmoet. De coach waar je veel steun aan hebt, die zit in Assen. Je broertje woont bij je moeder in (woonplaats moeder). Je moeder woont in (woonplaats moeder).

Als je hulp nodig hebt, dan kan die ook in (woonplaats moeder) worden geboden. Dat gebeurt al. Als het nodig is dat je met je school wat meer wordt geholpen, dan kan dat ook in (woonplaats moeder).

Jij bent bereid om alles wat verder voor je belangrijk is achter te laten in (woonplaats moeder) en bij je vader te gaan wonen, om daar naar een onbekende – nog niet uitgezochte – school te gaan, nieuwe vrienden te moeten maken en van daaruit te proberen je contacten met je kring in Groningen te onderhouden. Als ik de situatie overzie, dan is wat jij wilt doen niet in jouw belang en ook niet in het belang van je broertje.

Daar ga ik ook niet eerst de Raad voor de kinderbescherming onderzoek naar laten doen.

Een bijzondere curator ga ik ook niet benoemen. Jij kunt bij je coach je ei kwijt en andere hulp die je in Assen zou willen hebben kan ook zonder curator worden geregeld. Die bijzondere curator lijken je ouders voor een belangrijk deel te zien als iemand die nogmaals moet gaan onderzoeken wat jij wilt. Maar dan maken ze weer de fout zich blind te staren op wat jij wilt, zonder te bedenken dat ze zelf als je ouders moeten beoordelen wat in jouw belang is.

Normaal gaan beschikkingen er alleen op woensdag uit. Dat zou betekenen dat jij pas woensdag 5 september hoort waar je gaat/blijft wonen en waar je naar school gaat. Maandag 2 september begint in Assen je school weer. Om te zorgen dat je weet waar je dan aan toe bent, zullen we deze beschikking vandaag aan de advocaten van je ouders faxen. Jij krijgt zelf een exemplaar over de post.

 

Need I say more?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.