5 februari 2016

Handleiding procederen

Handleiding procederen

Zoals je op onze homepage hebt kunnen lezen, zijn de plannen van de regering om ‘digitaal procederen’ in te voeren voorlopig in de ijskast gezet. Dat vinden wij van digitaalprocederen.nl helemaal niet zo’n groot probleem, omdat dit betekent dat onze handleiding procederen nog langere tijd actueel blijft. Een groot deel van onze handleiding procederen tref je hieronder aan. Binnenkort komt deze handleiding ook als (e)boekvorm uit, compleet met diverse voorbeelden en modellen.

 

Ons streven is om jou met behulp van deze handleiding in staat te stellen om zelf te procederen. Lukt dat niet (helemaal) of heb je gewoon behoefte aan een duwtje in de rug of een check op jouw werk, neem dan gerust contact met ons op.

 

Stap 1: ben ik klaar voor een procedure?

Het klinkt als een open deur, maar als je dit leest overweeg je denk ik serieus om een juridische procedure te beginnen. Dat moet natuurlijk kunnen, maar het is goed om je af te vragen of een juridische procedure wel de oplossing voor het probleem gaat geven. In sommige gevallen is dat namelijk niet het geval. Zo is het bijvoorbeeld fijn als de rechter bepaalt dat een buurman niet meer over de schutting mag gluren (om maar eens iets geks te noemen), maar de vraag is een vonnis van de rechter dit probleem wel oplost.

 

Ook is het goed om je te realiseren dat een juridische procedure bij de kantonrechter op zijn minst enkele maanden in beslag gaat nemen. Het kan voorkomen dat jouw wederpartij enkele keren uitstel aanvraagt. Of dat de rechtbank de zaak steeds maar weer voor zich uitschuift. Voor sommige mensen is het moeilijk om daarmee om te gaan. Het is in ieder geval iets om rekening mee te houden.

 

Een van de punten waar je ook nog rekening mee moet houden zijn de financiële gevolgen. Het is namelijk altijd mogelijk dat je toch niet in het gelijk gesteld wordt. Dan geldt: ‘recht hebben is niet hetzelfde als recht krijgen’. Dat niet in het gelijk gesteld worden kan met zich meebrengen dat je naast de door jou gemaakte kosten ook een deel van de kosten van de tegenpartij moet betalen. Het is goed om daar op voorbereid te zijn, om niet in de problemen te komen.

 

Stap 2: dagvaarding of verzoekschrift?

Als je eenmaal definitief hebt besloten om een procedure te beginnen, is de eerste stap te kiezen welk soort procedure je begint. Een procedure bij de kantonrechter wordt namelijk ofwel gestart met een dagvaarding, of met een verzoekschrift. In verreweg de meeste gevallen kies je voor de dagvaarding. Waarom dat zo is lees je elders op digitaalprocederen.nl kunt lezen. De verzoekschriftprocedure laten wij in deze handleiding dus even buiten beschouwing. Mocht je een verzoekschriftprocedure willen beginnen en wil je weten hoe dat in zijn werk gaat, dan kunnen wij je daar uiteraard wel bij helpen. Neem in dat geval even contact met ons op.

 

Stap 3: de bevoegde rechter kiezen (en: kan ik wel zelf procederen?)

Voordat jer begint met zelf procederen, moet er bepaald worden bij welke rechter je moet zijn. Sinds de laatste gerechtelijke herindeling van 1 april 2013, zijn er in Nederland 11 rechtbanken. Die rechtbanken bestaan uit een aantal afdelingen. Voor ons is, zoals wij hierboven hebben beschreven, vooral de afdeling kanton van belang. Wij noemen dat hier gewoon de kantonrechter, maar formeel (je ziet dit ook terug in onze modellen) wordt de kantonrechter in bijvoorbeeld Amsterdam aangeduid als: ‘Rechtbank Amsterdam, kamer voor kantonzaken’. Maar wanneer is de kantonrechter bevoegd? En wanneer kunt u dus zelf procederen? Het antwoord staat in de wet, en wel in artikel 93 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dit artikel luidt als volgt:

 

Door de kantonrechter worden behandeld en beslist:

  1. zaken betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,00, de tot aan de dag van dagvaarding verschenen rente daarbij inbegrepen, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist;
  2. zaken betreffende vorderingen van onbepaalde waarde, indien er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan €25.000,00;
  3. zaken betreffende een arbeidsovereenkomst, een collectieve arbeidsovereenkomst, algemeen verbindend verklaarde bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst, een vut-overeenkomst als bedoeld in de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel, een krediettransactie als bedoeld in de Wet op het consumentenkrediet of een agentuur-, huur, huurkoop- of consumentenovereenkomst, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering;
  4. andere zaken ten aanzien waarvan de wet dit bepaalt.

 

Dus eigenlijk gewoon in zaken waarin de vordering minder dan € 25.000,- bedraagt en in arbeidszaken, huurzaken en consumentenzaken. Bij deze laatste categoriën maakt het niet uit hoe hoog de vordering is.

 

Stap 4: rechter in welke plaats?

Vervolgens is het de vraag bij welke van die 11 rechtbanken je moet zijn. Ook hier geeft de wet het antwoord. In artikel 99 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de hoofdregel neergelegd. Dat artikel bepaalt dat de rechter bevoegd is in de plaats van de gedaagde. Of natuurlijk de meest dichtstbijzijnde rechtbank, omdat niet in iedere plaats een rechtbank is.

 

Er zijn echter een paar uitzonderingen. Zo is in zaken betreffende arbeidsrecht, ook de rechter bevoegd van de plaats waar de arbeid is verricht. In huurzaken is de rechter bevoegd van de plaats waarin het gehuurde is gelegen. De vraag welke rechter in welke plaats bevoegd is, wordt met een moeilijk woord de relatieve competentie genoemd. Zowel de hoofdregel als (bijna) alle uitzonderingen zijn te vinden in de artikelen 99 tot en met 110 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De artikelen laten zich vrij eenvoudig lezen, dus kijk gewoon zelf eens.

 

Tussenstap: het verloop van de procedure

Als je eenmaal weet bij welke rechter je moet zijn, is het tijd om de vordering in te gaan dienen. Ofwel: de dagvaarding op te stellen. Een procedure bij de kantonrechter begint namelijk met een dagvaarding. Op digitaalprocederen.nl vindt je over iedere stap van de juridische procedure de nodige uitleg. In deze handleiding gaan wij op die stappen summierlijk in. Voor meer uitvoerige informatie verwijzen wij je naar de betreffende artikelen. Schematisch ziet een procedure er als volgt uit:

 

 

Tussendoor kunnen er ook nog diverse aktes gewisseld worden en ook zullen er wellicht meerdere vonnissen gewezen worden. Dat zijn dan tussenvonnissen, waarin de kantonrechter meestal bepaalde zaken van huishoudelijke aard beslist. Zo kan er in een tussenvonnis beslist worden dat er een getuigenverhoor (ook wel enquête genoemd) moet komen of dat een deskundige geraadpleegd moet gaan worden. In sommige gevallen kan er aan het eind van de procedure nog een pleidooi worden gehouden. Dat is een zitting waarin de procespartijen uitgebreid het woord kunnen nemen om hun standpunten nog eens toe te lichten. De kantonrechter zal een pleidooi niet altijd toestaan. Een soort regel is dat pleidooi alleen wordt toegestaan als partijen hun standpunten nog niet mondeling hebben kunnen toelichten. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn als er geen comparitie van partijen is geweest.

 

Op deze plek wijzen wij ook graag ook alvast op onze pagina begeleidende brieven zelf procederen. Daar vindt je de diverse brieven waarmee u processtukken aan de bijvoorbeeld de rechtbank  kunt sturen.

Stap 5: het opstellen van de dagvaarding

Terug naar de dagvaarding. Voor uitgebreide informatie over de dagvaarding klik je hier. In het kort bestaat de dagvaarding uit een aantal delen. Op het eerste blad staan alle formele gegevens: wie zijn de procespartijen, waar wonen ze, op welke datum dient de zaak en welke rechter is bevoegd. Vervolgens komt de inhoud van de dagvaarding. In dat deel worden de feiten van de zaak weergegeven, wordt beschreven wat de vordering is en waar die vordering uit bestaan en worden bijvoorbeeld alle bewijsmiddelen genoemd. Vanzelfsprekend is er ook plek om de juridische achtergronden te behandelen. Waarom heeft de eiser juridisch gezien een vordering? Tenslotte wordt in het slot van de dagvaarding (ook wel ‘petitum’ genoemd) de precieze eis geformuleerd. Uiteraard kan digitaalprocederen.nl je bij het opstellen en inrichten van de dagvaarding van dienst zijn. Neem gerust contact met ons op.

 

Meerdere juridische gronden of acties

Soms zijn er meerdere juridische gronden of acties mogelijk, maar is het de vraag of de meest gewenste grond wel zal slagen. Bijvoorbeeld in een consumentenzaak die gaat over een defecte wasmachine. Die wasmachine is dus defect en de winkelier is al eens langs geweest om de wasmachine te herstellen. Helaas begeeft de wasmachine het weer, maar de winkelier weigert verder om nog iets te doen. Je gaat dus zelf procederen (al dan niet met een beetje hulp van digitaalprocederen.nl) om de winkelier te dagvaarden. Het liefst wil je van die hele wasmachine af, zodat je elders bij een winkelier die je wel vertrouwt een andere wasmachine kan kopen. Uiteraard wil je ook je geld terug. Dat is dus het meest gewenste resultaat: de winkelier de wasmachine terug en jij je geld.

Maar als het echt niet anders kan, dan wil je dat de winkelier de wasmachine omruilt voor een nieuwe. En in het allerslechtste geval (naast het verliezen van de procedure…) wil je dat de winkelier de wasmachine nogmaals komt repareren.

 

Primair/subsidiair

In dit soort gevallen kan je werken met zogeheten primaire en subsidiaire vorderingen. De ‘primaire vordering’ is wat je het liefst wil, de ‘subsidiaire vordering’ is wat je daarna het liefst wil en de ‘meer subsidiaire vordering’ is dat wat je liever niet hebt, maar als het echt niet ander kan dan toch maar. Jouw eis (petitum) in deze voorbeeldprocedure ziet er eenvoudig weergegeven als volgt uit:

 

Dat het U Edelachtbare moge behagen om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  • Primair: de koopovereenkomst met betrekking tot de wasmachine te ontbinden en de winkelier te veroordelen om het aankoopbedrag terug te betalen;
  • Subsidiair: de winkelier te veroordelen om de wasmachine om te ruilen voor een nieuw en goed functionerend exemplaar;
  • Meer subsidiair: de winkelier te veroordelen de wasmachine te repareren;
  • Zowel primair, subsidiair als meer subsidiair: De winkelier te veroordelen in de kosten van dit geding en de door mij gemaakte buitengerechtelijke kosten.

 

Voorbeeld meerdere gronden

Een ander voorbeeld. Stel je verhuurt een woning en de huurder betaalt al een aantal maanden geen huur meer. Je gaat dus, nadat je eerst al de huurovereenkomst schriftelijk hebt opgezegd, zelf procederen. Primair verzoek je de rechter om de huurovereenkomst te ontbinden, de huurder te veroordelen om de achterstand te betalen en de huurwoning te ontruimen. Subsidiair, voor het geval de rechter ontbinding te ver vindt gaan, vorder je voor recht te verklaren dat je de huurovereenkomst rechtsgeldig hebt opgezegd. (Ontbinding is een rechtsmiddel dat verder gaat dan opzegging, omdat de huurder bij opzegging vaak meer tijd krijgt om een andere woning te zoeken). Ook hier verzoek je uiteraard om de huurder ook te veroordelen tot betaling van de achterstand en ontruiming. Als de rechter dit zelfs te ver vindt gaan, vorder je meer subsidiair uitsluitend betaling van de achterstand.

 

Aantal exemplaren dagvaarding

Uiteindelijk is de dagvaarding opgesteld. Vervolgens moet deze natuurlijk nog naar de gedaagde partij. Dit moet via de deurwaarder. Je stuurt de deurwaarder voor iedere gedaagde een exemplaar van de dagvaarding plus 1. Als er dus één gedaagde partij is, stuur je de deurwaarder twee dagvaarding. Zijn er drie gedaagden, dan stuur je de deurwaarder vier exemplaren. Dit geldt ook als de gedaagden op hetzelfde adres wonen! De deurwaarder zal de dagvaarding(en) vervolgens ‘betekenen’ (bezorgen) aan de gedaagde(n). Bij iedere gedaagde laat de deurwaarder een exemplaar achter. Op het overige, originele, exemplaar vermeldt de deurwaarder wanneer hij de dagvaarding aan de gedaagde(n) heeft betekend en hoe hij dat heeft gedaan. Dat exemplaar krijg jij vervolgens terug. Op onze pagina met begeleidende brieven vindt je een brief waarmee je de dagvaarding aan de deurwaarder kan sturen.

 

Overigens zijn er ook wel deurwaarders die het prima vinden als je de dagvaarding naar hen mailt. Zij printen deze dan zelf uit. Het voorkomt vertraging door de post. Ik adviseer je om vooraf even met de deurwaarder te bellen en af te spreken hoe hij of zij de dagvaarding(en) wil ontvangen.

 

Termijnen in de dagvaarding

Zoals u in de model dagvaarding van digitaalprocederen.nl kunt zien, moet de gedaagde partij op een bepaalde dag verschijnen bij de rechter. Dat verschijnen hoeft die gedaagde overigens niet letterlijk te nemen, want zoals u kunt lezen in ons artikel over de conclusie van antwoord, hoeft de gedaagde op die dag alleen maar te laten weten dat hij of zij verweer gaat voeren.

Ook de gedaagde kan natuurlijk zelf procederen. De dag waarop de gedaagde de eerste handeling moet verrichten wordt de roldatum genoemd. Iedere kantonrechter heeft een vaste dag in de week die bestemd is als roldatum. Welke dag dat is, vindt u op de website van de rechtspraak. In ons artikel over de inhoud van de dagvaarding vindt u meer informatie over de roldatum. Houdt u er rekening mee dat de dagvaarding ten minste een week voor de roldatum moet zijn betekend aan de gedaagde, waarbij de dag van dagvaarden en de roldatum zelf niet meetellen. Eigenlijk moet u dus acht dagen van tevoren dagvaarden.

 

Stap 6: aanbrengen dagvaarding

Nadat u de originele dagvaarding van de deurwaarder terug heeft ontvangen, moet u deze aan de rechtbank sturen. Hiervoor kunt u gebruik maken van onze voorbeeldbrief. Dit toesturen aan de rechtbank moet u uiterlijk de dag voor de roldatum doen. In uw brief aan de rechtbank zet u simpelweg dat u een nieuwe zaak wilt aanbrengen en u verzoekt de kantonrechter om u van het verloop van de zaak op de hoogte te houden. Ergens nadat u de dagvaarding aan de kantonrechter heeft toegestuurd (ofwel: de zaak heeft aangebracht) krijgt u van de kantonrechter een factuur voor het griffierecht. Uiteraard dient u die factuur te betalen, want anders wordt uw eis om deze reden afgewezen.

Ervan uitgaande dat u het griffierecht gewoon betaalt, krijgt u enkele dagen na de roldatum van de rechtbank een brief (na invoering van digitaal procederen zal dit een email of ander digitaal bericht zijn). In die brief, ook wel ‘rolbericht’ genoemd, staat wat er op de roldatum is gebeurd. Bijvoorbeeld dat de gedaagde in het geding is verschenen en uitstel heeft gekregen om een conclusie van antwoord in te dienen. Of dat de gedaagde niet is verschenen en de kantonrechter een vonnis zal wijzen. Dat wordt dan een verstekvonnis genoemd, omdat de gedaagde ‘verstek heeft laten gaan’. Ook is mogelijk dat de gedaagde mondeling verweer heeft gevoerd (want dat mag natuurlijk ook) of al direct op de roldatum een conclusie van antwoord heeft ingediend.

 

Verder verloop na aanbrengen

In de laatstgenoemde gevallen ontvangt u een kopie van die conclusie van antwoord (als er mondeling verweer is gevoerd wordt de conclusie van antwoord door de rechter opgesteld. Mondeling verweer voeren is echter niet aan te raden). Meestal zal er verweer gevoerd worden door middel van een conclusie van antwoord. Nadat die is ingediend, is het aan de rechter om te bepalen hoe de procedure verder gaat. Meestal zal de rechter besluiten om een comparitie van partijen te houden. Leest u hier uitgebreid hoe zo’n zitting er aan toe gaat en hoe u zich hier op voor moet bereiden. Soms zal de rechter bepalen dat een zitting niet geschikt is, omdat hij zich nader schriftelijk wil laten informeren. De eiser zal dan een conclusie van repliek moeten indienen, waarop de gedaagde schriftelijk mag reageren met een conclusie van dupliek. Alle informatie over deze conclusies vindt u natuurlijk ook op digitaalprocederen.nl.

 

Overige zaken

Een ‘recht toe recht aan procedure’ is hierboven beschreven. Er kunnen echter bepaalde zaken aan de hand zijn waarvan het handig is als u daarvan op de hoogte bent bij het helemaal zelf procederen.

 

Onbevoegdheid van de rechter

De gedaagde partij kan van mening zijn dat de rechter waarvoor hij is gedagvaard niet bevoegd is. Bijvoorbeeld omdat de rechter van een verkeerde plaats is gekozen of omdat niet de kantonrechter maar de rechtbank bevoegd is. Als dit zo is, dan moet de gedaagde partij dat bij de rechter melden voordat hij de conclusie van antwoord indient. In juridisch jargon neemt de gedaagde partij dan geen conclusie van antwoord, maar een ‘incidentele conclusie tot onbevoegdheid’. Op die conclusie mag de eisende partij reageren met een antwoordconclusie. Als de conclusie is dat de kantonrechter niet bevoegd is, dan zal de kantonrechter zich onbevoegd verklaren en moet de eisende partij de tot dat moment door de gedaagde partij gemaakte kosten vergoeden. De rechter zal dit bepalen in een ‘vonnis in het incident’. Een incident is dus een soort van mini-procedure binnen of voorafgaand aan de gewone procedure.

 

Als de kantonrechter tot de conclusie komt dat hij wel bevoegd is, dan moet de gedaagde partij de kosten van het incident betalen aan de eisende partij. Ook dit wordt bepaald in een vonnis in het incident. De kantonrechter zal dan tevens een datum bepalen waarop de gedaagde partij (alsnog) de conclusie van antwoord moet indienen. Als de gedaagde partij van mening is dat de kantonrechter niet bevoegd is, dan moet hij dat dus voordat een conclusie van antwoord wordt ingediend laten weten. Later kan dat niet meer! Dus bijvoorbeeld ook niet in de conclusie van antwoord.

 

Eiswijziging

De wet bepaalt dat tot het moment dat de rechter een eindvonnis heeft gewezen, de eiser zijn eis kan wijzigen. Dat kan handig zijn, als bijvoorbeeld de vordering in de loop van de procedure is vermeerderd of verminderd. Ook de gronden van de eis kunnen gewijzigd worden. Zo kan het bijvoorbeeld dat de eiser eerst heeft gesteld dat er sprake was van misbruik van omstandigheden, maar er in de loop van het geding achter komt dat er ook sprake is van bedrog. Dit zijn verschillende wettelijke gronden. Met een wijziging van eis kan de eiser deze wijziging aan de kantonrechter doorgeven. De eiser doet dit door middel van een ‘akte wijziging van eis’. Het kan dus zowel gaan om een vermeerdering van de eis, een vermindering van de eis maar ook om een wijziging van de gronden.

Als de kantonrechter de wijziging van eis toestaat, dan krijgt de gedaagde nog wel de gelegenheid om zich daartegen te verzetten. Vaak zal dit geen soelaas bieden, omdat de kantonrechter ook wel zal inzien dat als hij de wijziging van eis niet toestaat, een nieuwe procedure op de loer ligt. Dat is natuurlijk niet erg efficiënt. Een wijziging van eis wordt in de regel alleen niet toegestaan als deze in strijd is met de goede procesorde. Dat is bijvoorbeeld het geval als de gedaagde partij niet (meer) goed in staat is om te reageren op de gewijzigde eis.

 

Bewijs

‘Wie eist, bewijst!”. Dat is een beetje kort door de bocht de hoofdregel van het Nederlandse bewijsrecht. Eigenlijk staat er in de wet dat de partij die zich beroept op rechtsgevolgen, het bewijs daarvan draagt. Dit kan dus zowel de eiser als de gedaagde zijn. Bewijs is er in vele verschillende soorten. Van schriftelijke stukken en getuigenverklaringen tot bijvoorbeeld, om maar eens iets te noemen, zwembadwater.

 

De plicht tot het leveren van bewijs moet niet onderschat worden. Het alleen maar stellen van bepaalde feiten, houdt nog niet in dat die feiten bewezen zijn. Ook al lijken ze nog zo logisch. Als de wederpartij uw stellingen namelijk betwist (tip voor de wederpartij: betwist stelling voor stelling alles wat de andere partij stelt!), bent u gehouden om uw stellingen te bewijzen. Soms kan dat niet. Het meest eenvoudige voorbeeld is dat iemand u een toezegging heeft gedaan in een gesprek. Later houdt deze persoon zich niet aan zijn toezegging. Als u in de juridische procedure stelt dat die toezegging is gedaan en de wederpartij betwist dat, dan moet u die toezegging bewijzen. Tenzij u het gesprek heeft opgenomen, wordt dat knap lastig.

 

Getuigen

Natuurlijk kunt u aanbieden om zelf te getuigen, maar helaas stelt de wet dat als een partij zelf getuigt, er tenminste nog een ander bewijsmiddel moet zijn om het bewijs als geslaagd te kunnen zien. U zou om hieraan te kunnen voldoen ook degene die de toezegging heeft gedaan kunnen laten horen als getuige, maar de kans is natuurlijk groot dat die zich de toezegging ‘niet meer kan herinneren’ of simpelweg betwist dat hij een toezegging heeft gedaan. Het gevolg is dat u niet slaagt in uw bewijs en uw vordering zal uiteindelijk dus worden afgewezen.

 

Het is uiteraard ook bij zelf procederen van belang om duidelijk te stellen hoe u uw stellingen kunt bewijzen. Als er bijvoorbeeld bij die hierboven genoemde toezegging nog een derde persoon aanwezig was, dan kunt u stellen dat de toezegging is gedaan en dat u bewijs aanbiedt door het laten getuigen van die derde persoon. Dit is een specifiek bewijsaanbod. In de dagelijkse praktijk komen wij heel vaak een algemeen bewijsaanbod tegen. Dit luidt dan bijvoorbeeld als volgt: “eiser/gedaagde biedt aan zijn stellingen te bewijzen door alle middelen rechtens, in het bijzonder door middel van getuigen”. De rechter kan hier simpelweg aan voorbijgaan, omdat dit bewijsaanbod niet specifiek genoeg is. Het gevolg is dat de rechter zal oordelen dat u uw stellingen niet voldoende hebt bewezen en daar ook niet meer de kans voor krijgt, waarna de vordering zal worden afgewezen.

 

Biedt dus specifiek aan om al het bewijs wat u mogelijk hebt in de procedure te brengen. De rechter kan er dan niet om heen en zal u in de gelegenheid moeten stellen om het bewijs te leveren. Overigens vindt u hier alle informatie over het getuigenverhoor, mocht het tijdens het zelf procederen zover komen.

 

Deskundigenbericht

Bewijs kan ook geleverd worden door een deskundige. Die kan bijvoorbeeld vaststellen of bijvoorbeeld een machine inderdaad defect is. Als de eisende partij gesteld heeft dat dit zo is, dan kan een rapport van een deskundige waarin dat bevestigd wordt dienen als bewijs voor de stelling.

 

Ieder van de procespartijen kan vragen om een deskundige te benoemen, maar de rechter kan ook uit eigener beweging besluiten tot het benoemen van een deskundige. De rechter zal, als een deskundige benoemd moet worden, aan partijen de gelegenheid geven om zich uit te laten over wie er als deskundige benoemd moet worden en welke vragen er aan de deskundige moeten worden gesteld.

 

Een deskundige zal zijn werkzaamheden uiteraard niet voor niets doen. Partijen en de rechter moeten wel weten waar zij aan toe zijn en daarom wordt vooraf aan de deskundige gevraagd om de door hem te maken kosten te begroten. De eisende partij moet het bedrag van die begroting dan voorschieten aan de deskundige. Als de eisende partij in het gelijk gesteld wordt, moet de gedaagde die kosten terugbetalen. Wordt de vordering van de eiser afgewezen, dan blijven de kosten van de deskundige voor zijn rekening. Houdt u hier rekening mee bij het zelf procederen.

 

Onderzoek deskundige

Vervolgens zal de deskundige aan het werk gaan. Allereerst zal hij, afhankelijk van het onderwerp, een onderzoek doen. Gaat het bijvoorbeeld om gebreken aan een door een aannemer gerealiseerde uitbouw, dan zal de deskundige de uitbouw willen gaan bekijken. Zowel de eisende als de gedaagde partij mogen daarbij aanwezig zijn. Aansluitend zal de deskundige zijn bevindingen in een conceptrapport beschrijven en de nodige conclusies trekken. Partijen krijgen daarna de gelegenheid om te reageren op het conceptrapport en in de uiteindelijke rapportage zal de deskundige moeten beschrijven wat hij met de reacties van partijen heeft gedaan. Tenslotte zal er een definitief rapport komen dat aan de kantonrechter en aan partijen wordt gestuurd.

 

Enigszins afhankelijk van de inhoud van het deskundigenbericht, kan het zijn dat partijen dan nog een ‘conclusie na deskundigenbericht’ mogen nemen. Vervolgens zal de rechter een vonnis wijzen.

 

Het vonnis

Het eindvonnis maakt een einde aan het geschil. Krijgt de eiser gelijk, dan kan hij met het vonnis de gedaagde partij dwingen om aan de veroordeling te voldoen. Desnoods door het leggen van beslag. Dit kan echter alleen als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Of dit zo is, staat in het vonnis (verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad). Uitvoerbaarheid bij voorraad moet wel gevorderd worden. U ziet dit dan ook bijvoorbeeld in de model dagvaarding van digitaalprocederen.nl terugkomen. Overigens: zelf procederen kan wel, maar beslag leggen helaas niet. Daarvoor moet u bij de deurwaarder zijn. Uiteraard kan digitaalprocederen.nl u bij het vinden van een goede deurwaarder van dienst zijn.

 

In het vonnis staat ook dat de verliezende partij de proceskosten moet voldoen. Deze bestaan de kosten van de deurwaarder voor het betekenen van het vonnis, de kosten van griffierecht, en (als u niet zelf hebt geprocedeerd) een deel van de kosten voor de advocaat of de gemachtigde. Als er kosten voor getuigen of deskundigen zijn gemaakt behoren die ook tot de proceskosten die de verliezende partij moet betalen.

Hoger beroep

Tegen de meeste vonnissen kan de verliezende partij hoger beroep instellen. Het hoger beroep valt echter buiten het bestek van digitaalprocederen.nl, omdat hoger beroep ingesteld moet worden door een advocaat. In hoger beroep kunt u dus niet zelf procederen. Uiteraard kunnen wij u wel verder helpen met het instellen van hoger beroep via een gespecialiseerde advocaat. Neemt u gewoon vrijblijvend contact met ons op.

 

En voor een optimale navigatie door alle stappen van het juridische proces en om allerlei nuttige artikelen te lezen over de meest uiteenlopende juridische onderwerpen, gaat u hier terug naar onze homepage.